deeltijds

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

deeltijds ‎(not comparable)

  1. part-time

Declension[edit]

Inflection of deeltijds
uninflected deeltijds
inflected deeltijdse
comparative
positive
predicative/adverbial deeltijds
indefinite m./f. sing. deeltijdse
n. sing. deeltijds
plural deeltijdse
definite deeltijdse
partitive deeltijds