detecteren

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

Borrowing from French détecter.

Verb[edit]

detecteren

  1. (transitive) to detect

Inflection[edit]

Inflection of detecteren (weak)
infinitive detecteren
past singular detecteerde
past participle gedetecteerd
infinitive detecteren
gerund detecteren n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular detecteer detecteerde
2nd person sing. (jij) detecteert detecteerde
2nd person sing. (u) detecteert detecteerde
2nd person sing. (gij) detecteert detecteerde
3rd person singular detecteert detecteerde
plural detecteren detecteerden
subjunctive sing.1 detectere detecteerde
subjunctive plur.1 detecteren detecteerden
imperative sing. detecteer
imperative plur.1 detecteert
participles detecterend gedetecteerd
1) Archaic.

Synonyms[edit]

(in radio):

Derived terms[edit]

Related terms[edit]