gebruikelijk

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

gebruiken +‎ -lijk

Pronunciation[edit]

  • IPA(key): /ɣə.ˈbrœy̯.kə.lək/
  • (file)

Adjective[edit]

gebruikelijk ‎(comparative gebruikelijker, superlative gebruikelijkst)

  1. usual
  2. customary

Declension[edit]

Inflection of gebruikelijk
uninflected gebruikelijk
inflected gebruikelijke
comparative gebruikelijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial gebruikelijk gebruikelijker het gebruikelijkst
het gebruikelijkste
indefinite m./f. sing. gebruikelijke gebruikelijkere gebruikelijkste
n. sing. gebruikelijk gebruikelijker gebruikelijkste
plural gebruikelijke gebruikelijkere gebruikelijkste
definite gebruikelijke gebruikelijkere gebruikelijkste
partitive gebruikelijks gebruikelijkers

Related terms[edit]

Antonyms[edit]