halfslachtig

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

From half (half) +‎ slacht (sort, kind - compare geslacht) +‎ -ig.

Adjective[edit]

halfslachtig (comparative halfslachtiger, superlative halfslachtigst)

  1. without much conviction or effort; halfhearted

Inflection[edit]

Inflection of halfslachtig
uninflected halfslachtig
inflected halfslachtige
comparative halfslachtiger
positive comparative superlative
predicative/adverbial halfslachtig halfslachtiger het halfslachtigst
het halfslachtigste
indefinite m./f. sing. halfslachtige halfslachtigere halfslachtigste
n. sing. halfslachtig halfslachtiger halfslachtigste
plural halfslachtige halfslachtigere halfslachtigste
definite halfslachtige halfslachtigere halfslachtigste
partitive halfslachtigs halfslachtigers
  1. Hij deed een halfslachtige poging om te stoppen met roken.
    He made an half-hearted attempt to quit smoking.

Synonyms[edit]