kleurrijk

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

kleur(color) +‎ rijk(rich)

Adjective[edit]

kleurrijk ‎(comparative kleurrijker, superlative kleurrijkst)

  1. colorful

Inflection[edit]

Inflection of kleurrijk
uninflected kleurrijk
inflected kleurrijke
comparative kleurrijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial kleurrijk kleurrijker het kleurrijkst
het kleurrijkste
indefinite m./f. sing. kleurrijke kleurrijkere kleurrijkste
n. sing. kleurrijk kleurrijker kleurrijkste
plural kleurrijke kleurrijkere kleurrijkste
definite kleurrijke kleurrijkere kleurrijkste
partitive kleurrijks kleurrijkers