menselijk

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

mens +‎ -lijk

Adjective[edit]

menselijk (comparative menselijker, superlative menselijkst)

  1. human
  2. humane

Inflection[edit]

Inflection of menselijk
uninflected menselijk
inflected menselijke
comparative menselijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial menselijk menselijker het menselijkst
het menselijkste
indefinite m./f. sing. menselijke menselijkere menselijkste
n. sing. menselijk menselijker menselijkste
plural menselijke menselijkere menselijkste
definite menselijke menselijkere menselijkste
partitive menselijks menselijkers

Derived terms[edit]