moedeloos

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

moed 'courage'+ -loos '-less'

Adjective[edit]

moedeloos (comparative moedelozer, superlative meest moedeloos or moedeloost)

  1. despondent, discouraged (in low spirits from loss of hope or courage)

Inflection[edit]

Inflection of moedeloos
uninflected moedeloos
inflected moedeloze
comparative moedelozer
positive comparative superlative
predicative/adverbial moedeloos moedelozer het moedeloost
het moedelooste
indefinite m./f. sing. moedeloze moedelozere moedelooste
n. sing. moedeloos moedelozer moedelooste
plural moedeloze moedelozere moedelooste
definite moedeloze moedelozere moedelooste
partitive moedeloos moedelozers

Derived terms[edit]