naamwoordelijk

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

From naamwoord +‎ -lijk.

Adjective[edit]

naamwoordelijk ‎(not comparable)

  1. nominal

Inflection[edit]

Inflection of naamwoordelijk
uninflected naamwoordelijk
inflected naamwoordelijke
comparative
positive
predicative/adverbial naamwoordelijk
indefinite m./f. sing. naamwoordelijke
n. sing. naamwoordelijk
plural naamwoordelijke
definite naamwoordelijke
partitive naamwoordelijks