onpartijdig

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

on- ‎(un-, non-) +‎ partijdig ‎(partial)

Adjective[edit]

onpartijdig ‎(comparative onpartijdiger, superlative onpartijdigst)

  1. impartial, unbiased, treating all parties, rivals or disputants equally
    De onpartijdige scheidsrechter oordeelde dat beide bengels een pandoering verdienden
    The impartial arbiter ruled both rascals deserved a beating
  2. not tainted by partiality or prejudice
    Zijn onpartijdig oordeel beviel geen van beide kampen
    His impartial ruling pleased neither camp

Inflection[edit]

Inflection of onpartijdig
uninflected onpartijdig
inflected onpartijdige
comparative onpartijdiger
positive comparative superlative
predicative/adverbial onpartijdig onpartijdiger het onpartijdigst
het onpartijdigste
indefinite m./f. sing. onpartijdige onpartijdigere onpartijdigste
n. sing. onpartijdig onpartijdiger onpartijdigste
plural onpartijdige onpartijdigere onpartijdigste
definite onpartijdige onpartijdigere onpartijdigste
partitive onpartijdigs onpartijdigers

Synonyms[edit]

Derived terms[edit]