ontvoeren

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Dutch Wikipedia has an article on:

Wikipedia nl

Pronunciation[edit]

Verb[edit]

ontvoeren (past singular ontvoerde, past participle ontvoerd)

  1. kidnap (to seize and detain a person unlawfully)
    Het Friese Dorestad werd vaak geplunderd en de Vikingen ontvoerden vrouwen en kinderen om ze elders als slaaf te verkopen.[1] — The Frisian [city] Dorestad was often plundered and the Vikings kidnapped women and children in order to sell them elsewhere as slaves.

Conjugation[edit]

Inflection of ontvoeren (weak, prefixed)
infinitive ontvoeren
past singular ontvoerde
past participle ontvoerd
infinitive ontvoeren
gerund ontvoeren n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular ontvoer ontvoerde
2nd person sing. (jij) ontvoert ontvoerde
2nd person sing. (u) ontvoert ontvoerde
2nd person sing. (gij) ontvoert ontvoerde
3rd person singular ontvoert ontvoerde
plural ontvoeren ontvoerden
subjunctive sing.1 ontvoere ontvoerde
subjunctive plur.1 ontvoeren ontvoerden
imperative sing. ontvoer
imperative plur.1 ontvoert
participles ontvoerend ontvoerd
1) Archaic.

References[edit]

  1. ^ http://nl.wikipedia.org/wiki/Geschiedenis_van_Friesland