onverwacht

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

on- +‎ verwacht

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

onverwacht ‎(comparative onverwachter, superlative onverwachtst)

  1. unexpected

Declension[edit]

Inflection of onverwacht
uninflected onverwacht
inflected onverwachte
comparative onverwachter
positive comparative superlative
predicative/adverbial onverwacht onverwachter het onverwachtst
het onverwachtste
indefinite m./f. sing. onverwachte onverwachtere onverwachtste
n. sing. onverwacht onverwachter onverwachtste
plural onverwachte onverwachtere onverwachtste
definite onverwachte onverwachtere onverwachtste
partitive onverwachts onverwachters

Adverb[edit]

onverwacht

  1. unexpectedly

Related terms[edit]