ooi

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to navigation Jump to search
See also: OOI

Afrikaans[edit]

Etymology[edit]

From Dutch ooi.

Pronunciation[edit]

  • (file)

Noun[edit]

ooi (plural ooie)

  1. ewe

Dutch[edit]

Etymology[edit]

From Middle Dutch ooi, ou, from Old Dutch *ōi, from Proto-West Germanic *awi, from Proto-Germanic *awiz, from Proto-Indo-European *h₂ówis. Compare German Aue, West Frisian ei, English ewe.

Pronunciation[edit]

Noun[edit]

ooi f (plural ooien, diminutive ooitje n)

  1. ewe
    • 1988, Het Boek, International Bible Society, Genesis 31:38:
      Twintig jaar ben ik bij u geweest en al die tijd heb ik goed voor uw ooien en geiten gezorgd, zodat zij gezonde jongen ter wereld brachten. Nooit heb ik ook maar één ram aangeraakt om ervan te eten.
      I have been with you for twenty years and all the time I took good care of your ewes and goats; so that they brought healthy offspring into the world. I never touched merely a single ram to eat one of them.

Descendants[edit]

  • Afrikaans: ooi