oostelijk

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

oost +‎ -lijk

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

oostelijk (comparative oostelijker, superlative oostelijkst)

  1. eastern

Declension[edit]

Inflection of oostelijk
uninflected oostelijk
inflected oostelijke
comparative oostelijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial oostelijk oostelijker het oostelijkst
het oostelijkste
indefinite m./f. sing. oostelijke oostelijkere oostelijkste
n. sing. oostelijk oostelijker oostelijkste
plural oostelijke oostelijkere oostelijkste
definite oostelijke oostelijkere oostelijkste
partitive oostelijks oostelijkers

Antonyms[edit]