positief

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

positief ‎(comparative positiever, superlative positiefst)

  1. positive

Inflection[edit]

Inflection of positief
uninflected positief
inflected positieve
comparative positiever
positive comparative superlative
predicative/adverbial positief positiever het positiefst
het positiefste
indefinite m./f. sing. positieve positievere positiefste
n. sing. positief positiever positiefste
plural positieve positievere positiefste
definite positieve positievere positiefste
partitive positiefs positievers

Antonyms[edit]