prachtig

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search
See also: prächtig

Dutch[edit]

Etymology[edit]

pracht +‎ -ig

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

prachtig ‎(comparative prachtiger, superlative prachtigst)

  1. splendid, marvelous
    Het bos is vol met prachtige dingen om naar te kijken.
    The forest is full of marvelous things to look at.

Declension[edit]

Inflection of prachtig
uninflected prachtig
inflected prachtige
comparative prachtiger
positive comparative superlative
predicative/adverbial prachtig prachtiger het prachtigst
het prachtigste
indefinite m./f. sing. prachtige prachtigere prachtigste
n. sing. prachtig prachtiger prachtigste
plural prachtige prachtigere prachtigste
definite prachtige prachtigere prachtigste
partitive prachtigs prachtigers