strafbaar

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

straffen (punish) +‎ -baar (-able)

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

strafbaar (comparative strafbaarder, superlative strafbaarst)

  1. illegal

Declension[edit]

Inflection of strafbaar
uninflected strafbaar
inflected strafbare
comparative strafbaarder
positive comparative superlative
predicative/adverbial strafbaar strafbaarder het strafbaarst
het strafbaarste
indefinite m./f. sing. strafbare strafbaardere strafbaarste
n. sing. strafbaar strafbaarder strafbaarste
plural strafbare strafbaardere strafbaarste
definite strafbare strafbaardere strafbaarste
partitive strafbaars strafbaarders

Synonyms[edit]

Antonyms[edit]