walgelijk

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

walgelijk (comparative walgelijker, superlative walgelijkst)

  1. noisome, disgusting, nausea inducing

Declension[edit]

Inflection of walgelijk
uninflected walgelijk
inflected walgelijke
comparative walgelijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial walgelijk walgelijker het walgelijkst
het walgelijkste
indefinite m./f. sing. walgelijke walgelijkere walgelijkste
n. sing. walgelijk walgelijker walgelijkste
plural walgelijke walgelijkere walgelijkste
definite walgelijke walgelijkere walgelijkste
partitive walgelijks walgelijkers