zelfgemaakt

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to navigation Jump to search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

From zelf- +‎ gemaakt.

Pronunciation[edit]

  • IPA(key): /ˌzɛlf.xəˈmaːkt/
  • (file)
  • Hyphenation: zelf‧ge‧maakt
  • Rhymes: -aːkt

Adjective[edit]

zelfgemaakt (not comparable)

  1. self-made

Inflection[edit]

Inflection of zelfgemaakt
uninflected zelfgemaakt
inflected zelfgemaakte
comparative
positive
predicative/adverbial zelfgemaakt
indefinite m./f. sing. zelfgemaakte
n. sing. zelfgemaakt
plural zelfgemaakte
definite zelfgemaakte
partitive zelfgemaakts