aangeboren

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

aangeboren ‎(not comparable)

  1. native, innate
  2. congenital

Declension[edit]

Inflection of aangeboren
uninflected aangeboren
inflected aangeboren
comparative
positive
predicative/adverbial aangeboren
indefinite m./f. sing. aangeboren
n. sing. aangeboren
plural aangeboren
definite aangeboren
partitive aangeborens