aangenaam

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

aangenaam (comparative aangenamer, superlative aangenaamst)

  1. nice, pleasant, friendly
    We hadden een aangename vakantie. — We had a nice vacation.

Declension[edit]

Inflection of aangenaam
uninflected aangenaam
inflected aangename
comparative aangenamer
positive comparative superlative
predicative/adverbial aangenaam aangenamer het aangenaamst
het aangenaamste
indefinite m./f. sing. aangename aangenamere aangenaamste
n. sing. aangenaam aangenamer aangenaamste
plural aangename aangenamere aangenaamste
definite aangename aangenamere aangenaamste
partitive aangenaams aangenamers

Antonyms[edit]

Synonyms[edit]

Related terms[edit]