besmettelijk

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

besmettelijk (comparative besmettelijker, superlative besmettelijkst)

  1. contagious

Declension[edit]

Inflection of besmettelijk
uninflected besmettelijk
inflected besmettelijke
comparative besmettelijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial besmettelijk besmettelijker het besmettelijkst
het besmettelijkste
indefinite m./f. sing. besmettelijke besmettelijkere besmettelijkste
n. sing. besmettelijk besmettelijker besmettelijkste
plural besmettelijke besmettelijkere besmettelijkste
definite besmettelijke besmettelijkere besmettelijkste
partitive besmettelijks besmettelijkers