bevoorrechten

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Verb[edit]

bevoorrechten (past singular bevoorrechtte, past participle bevoorrecht)

  1. to favor (US), favour (UK), privilege

Conjugation[edit]

Inflection of bevoorrechten (weak, prefixed)
infinitive bevoorrechten
past singular bevoorrechtte
past participle bevoorrecht
infinitive bevoorrechten
gerund bevoorrechten n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular bevoorrecht bevoorrechtte
2nd person sing. (jij) bevoorrecht bevoorrechtte
2nd person sing. (u) bevoorrecht bevoorrechtte
2nd person sing. (gij) bevoorrecht bevoorrechtte
3rd person singular bevoorrecht bevoorrechtte
plural bevoorrechten bevoorrechtten
subjunctive sing.1 bevoorrechte bevoorrechtte
subjunctive plur.1 bevoorrechten bevoorrechtten
imperative sing. bevoorrecht
imperative plur.1 bevoorrecht
participles bevoorrechtend bevoorrecht
1) Archaic.