eentonig

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

één 'one'/een 'a' + toon 'tone' + -ig '-y', '-ish'

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

eentonig (comparative eentoniger, superlative eentonigst)

  1. (literally) monotonous (having an unvarying tone or pitch)
  2. (figuratively) monotone, tedious(ly unvaried); boring, dull

Inflection[edit]

Inflection of eentonig
uninflected eentonig
inflected eentonige
comparative eentoniger
positive comparative superlative
predicative/adverbial eentonig eentoniger het eentonigst
het eentonigste
indefinite m./f. sing. eentonige eentonigere eentonigste
n. sing. eentonig eentoniger eentonigste
plural eentonige eentonigere eentonigste
definite eentonige eentonigere eentonigste
partitive eentonigs eentonigers

Synonyms[edit]

Derived terms[edit]