effectief

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

effectief ‎(comparative effectiever, superlative effectiefst)

  1. effective

Adverb[edit]

effectief ‎(comparative effectiever, superlative effectiefst)

  1. effectively
  2. really
Dit is effectief gebeurd.
This really happened.

Inflection[edit]

Inflection of effectief
uninflected effectief
inflected effectieve
comparative effectiever
positive comparative superlative
predicative/adverbial effectief effectiever het effectiefst
het effectiefste
indefinite m./f. sing. effectieve effectievere effectiefste
n. sing. effectief effectiever effectiefste
plural effectieve effectievere effectiefste
definite effectieve effectievere effectiefste
partitive effectiefs effectievers

Antonyms[edit]