geestelijk

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

geest +‎ -lijk

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

geestelijk ‎(comparative geestelijker, superlative geestelijkst)

  1. spiritual
  2. mental

Declension[edit]

Inflection of geestelijk
uninflected geestelijk
inflected geestelijke
comparative geestelijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial geestelijk geestelijker het geestelijkst
het geestelijkste
indefinite m./f. sing. geestelijke geestelijkere geestelijkste
n. sing. geestelijk geestelijker geestelijkste
plural geestelijke geestelijkere geestelijkste
definite geestelijke geestelijkere geestelijkste
partitive geestelijks geestelijkers

Related terms[edit]

Adverb[edit]

geestelijk

  1. spiritually
  2. mentally

Antonyms[edit]