industrieel

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

From French industriel, from Latin industria 'industry, zeal'

Adjective[edit]

industrieel ‎(comparative industriëler, superlative industrieelst)

  1. industrial, concerning the/an industry
  2. Produced by an industry, not artisanally

Inflection[edit]

Inflection of industrieel
uninflected industrieel
inflected industriële
comparative industriëler
positive comparative superlative
predicative/adverbial industrieel industriëler het industrieelst
het industrieelste
indefinite m./f. sing. industriële industriëlere industrieelste
n. sing. industrieel industriëler industrieelste
plural industriële industriëlere industrieelste
definite industriële industriëlere industrieelste
partitive industrieels industriëlers

Antonyms[edit]

Related terms[edit]

Noun[edit]

industrieel m ‎(plural industriëlen, diminutive industrieeltje n)

  1. An industrialist, manufacturer etc.
  2. An industrial bond

Derived terms[edit]

Anagrams[edit]