majem

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

Borrowing from Yiddish מים (mayem, water), from Hebrew מַיִם (máyim, water).

Noun[edit]

majem m, n (uncountable)

  1. (informal, Bargoens) water
    • 2009, Charlotte Mutsaers, Koetsier Herfst, De Bezige Bij.
      Hij gaf een mep op de open hand zodat die omknakte, stak de portemonnee in zijn zak en zei: 'Je bellende baksteen is nu zo heet geworden dat hij beter even af kan koelen in het majem.'
      He slapped the open palm, making it bend through, put the wallet in his own pocket and said: 'Your ringing brick got so hot now that it's better for it to cool down in the water.'
  2. (informal, Bargoens) city canal
    • 2012, Sal Santen, Saartje gebakken botje, De Bezige Bij.
      In de gracht dreef een kinderlijkje, ter grootte van een babypop.
      Zwijgend liepen we verder. 'Hoorde je wat die ene man zei?' vroeg ik aan Maurits. 'Het is zeker door een hoer in de majem gegooid.'
      The body of a child floated in the canal, being the size of a baby doll.
      We walked by without saying a word. 'Did you hear what that one guy said?' I asked Maurits. 'It must have been thrown into the canal by a whore.'

Synonyms[edit]


Polish[edit]

Noun[edit]

majem

  1. instrumental singular of maj