gracht

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search
See also: Gracht

Dutch[edit]

Alternative forms[edit]

  • (canal, grave): graft (obsolete)

Etymology[edit]

From Middle Dutch gracht, graft, from Old Dutch *graft, from Proto-Germanic *graftiz. Related to graven.

Pronunciation[edit]

Noun[edit]

Een gracht in Amsterdam.
A canal in Amsterdam.

gracht f, m (plural grachten, diminutive grachtje n)

  1. (Netherlands) canal (in a city, with houses on each side)
    Synonyms: rui
  2. (Belgium) ditch, trench (in the countryside, referring to both those that contain water and those that are dry)
    • 2017 January 10, Het Laatste Nieuws, "Monsterfile op E17 na ongeval in Destelbergen, vrachtwagen in gracht op E40".
      Op de E40 tussen Beernem en Aalter kreeg een vrachtwagen rond 7 uur 's morgens een klapband. Hierdoor belandde de vrachtwagen, die geladen was met aarde, op zijn zijkant in de gracht.
      (please add an English translation of this quote)
    Synonyms: gleuf, greppel, geul, rui, sloot

Derived terms[edit]

Noun[edit]

gracht n (plural grachten, diminutive grachtje n)

  1. (obsolete) grave

See also[edit]