notuleren

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Verb[edit]

notuleren ‎(past singular notuleerde, past participle genotuleerd)

  1. (rare) to minute, to write down the minutes of a meeting

Conjugation[edit]

Inflection of notuleren (weak)
infinitive notuleren
past singular notuleerde
past participle genotuleerd
infinitive notuleren
gerund notuleren n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular notuleer notuleerde
2nd person sing. (jij) notuleert notuleerde
2nd person sing. (u) notuleert notuleerde
2nd person sing. (gij) notuleert notuleerde
3rd person singular notuleert notuleerde
plural notuleren notuleerden
subjunctive sing.1 notulere notuleerde
subjunctive plur.1 notuleren notuleerden
imperative sing. notuleer
imperative plur.1 notuleert
participles notulerend genotuleerd
1) Archaic.