onderbrengen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

From onder +‎ brengen.

Pronunciation[edit]

Verb[edit]

onderbrengen ‎(past singular bracht onder, past participle ondergebracht)

  1. to accommodate, lodge
  2. to categorize

Conjugation[edit]

Inflection of onderbrengen (weak with past in -cht, separable)
infinitive onderbrengen
past singular bracht onder
past participle ondergebracht
infinitive onderbrengen
gerund onderbrengen n
verbal noun
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular breng onder bracht onder onderbreng onderbracht
2nd person sing. (jij) brengt onder bracht onder onderbrengt onderbracht
2nd person sing. (u) brengt onder bracht onder onderbrengt onderbracht
2nd person sing. (gij) brengt onder bracht onder onderbrengt onderbracht
3rd person singular brengt onder bracht onder onderbrengt onderbracht
plural brengen onder brachten onder onderbrengen onderbrachten
subjunctive sing.1 brenge onder brachte onder onderbrenge onderbrachte
subjunctive plur.1 brengen onder brachten onder onderbrengen onderbrachten
imperative sing. breng onder
imperative plur.1 brengt onder
participles onderbrengend ondergebracht
1) Archaic.

Anagrams[edit]