proef

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to navigation Jump to search

Dutch[edit]

Dutch Wikipedia has an article on:
Wikipedia nl

Etymology[edit]

From Middle Dutch proeven, from Old French prover, from Latin probō.

Pronunciation[edit]

  • IPA(key): /pruf/
  • (file)
  • Rhymes: -uf

Noun[edit]

proef f (plural proeven, diminutive proefje n)

  1. test, experiment
    Hoewel de bussen normaal gesproken worden aangedreven met een dieselmotor, is er een tijdelijke variant met brandstofcellen op waterstof gemaakt voor een proef van 2 jaar hoe een dergelijke bus voldoet in het veld.[1]
    Although normally the buses are operated by diesel motor, there is a temporary variant made with hydrogen fuel cells for a 2-year test of how such a bus carries through in the field.

Synonyms[edit]

Verb[edit]

proef

  1. first-person singular present indicative of proeven
  2. imperative of proeven