publiek

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

  • Rhymes: -ik
  • (file)
  • Hyphenation: pu‧bliek

Etymology[edit]

From Middle French public, publique.

Noun[edit]

publiek n ‎(plural publieken, diminutive publiekje n)

  1. audience

Adjective[edit]

publiek ‎(comparative publieker, superlative publiekst)

  1. public

Inflection[edit]

Inflection of publiek
uninflected publiek
inflected publieke
comparative publieker
positive comparative superlative
predicative/adverbial publiek publieker het publiekst
het publiekste
indefinite m./f. sing. publieke publiekere publiekste
n. sing. publiek publieker publiekste
plural publieke publiekere publiekste
definite publieke publiekere publiekste
partitive publieks publiekers

Derived terms[edit]