schatrijk

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to navigation Jump to search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

Compound of schat (treasure) +‎ rijk (rich).

Pronunciation[edit]

  • IPA(key): /sxɑtˈrɛi̯k/
  • (file)
  • Hyphenation: schat‧rijk

Adjective[edit]

schatrijk (comparative schatrijker, superlative schatrijkst)

  1. loaded, very rich

Inflection[edit]

Inflection of schatrijk
uninflected schatrijk
inflected schatrijke
comparative schatrijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial schatrijk schatrijker het schatrijkst
het schatrijkste
indefinite m./f. sing. schatrijke schatrijkere schatrijkste
n. sing. schatrijk schatrijker schatrijkste
plural schatrijke schatrijkere schatrijkste
definite schatrijke schatrijkere schatrijkste
partitive schatrijks schatrijkers

Synonyms[edit]

Related terms[edit]