uitzonderlijk

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

From uitzonderen (to except) +‎ -lijk.

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

uitzonderlijk (comparative uitzonderlijker, superlative uitzonderlijkst)

  1. exceptional

Declension[edit]

Inflection of uitzonderlijk
uninflected uitzonderlijk
inflected uitzonderlijke
comparative uitzonderlijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial uitzonderlijk uitzonderlijker het uitzonderlijkst
het uitzonderlijkste
indefinite m./f. sing. uitzonderlijke uitzonderlijkere uitzonderlijkste
n. sing. uitzonderlijk uitzonderlijker uitzonderlijkste
plural uitzonderlijke uitzonderlijkere uitzonderlijkste
definite uitzonderlijke uitzonderlijkere uitzonderlijkste
partitive uitzonderlijks uitzonderlijkers

Derived terms[edit]