variëren

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Verb[edit]

variëren

  1. to vary

Inflection[edit]

Inflection of variëren (weak)
infinitive variëren
past singular varieerde
past participle gevarieerd
infinitive variëren
gerund variëren n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular varieer varieerde
2nd person sing. (jij) varieert varieerde
2nd person sing. (u) varieert varieerde
2nd person sing. (gij) varieert varieerde
3rd person singular varieert varieerde
plural variëren varieerden
subjunctive sing.1 variëre varieerde
subjunctive plur.1 variëren varieerden
imperative sing. varieer
imperative plur.1 varieert
participles variërend gevarieerd
1) Archaic.