voortdrijven

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

From voort +‎ drijven

Verb[edit]

voortdrijven

  1. to propel, to impel, to drive forward
  2. to urge, to spur on

Inflection[edit]

Inflection of voortdrijven (strong class 1, separable)
infinitive voortdrijven
past singular dreef voort
past participle voortgedreven
infinitive voortdrijven
gerund voortdrijven n
verbal noun
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular drijf voort dreef voort voortdrijf voortdreef
2nd person sing. (jij) drijft voort dreef voort voortdrijft voortdreef
2nd person sing. (u) drijft voort dreef voort voortdrijft voortdreef
2nd person sing. (gij) drijft voort dreeft voort voortdrijft voortdreeft
3rd person singular drijft voort dreef voort voortdrijft voortdreef
plural drijven voort dreven voort voortdrijven voortdreven
subjunctive sing.1 drijve voort dreve voort voortdrijve voortdreve
subjunctive plur.1 drijven voort dreven voort voortdrijven voortdreven
imperative sing. drijf voort
imperative plur.1 drijft voort
participles voortdrijvend voortgedreven
1) Archaic.

Anagrams[edit]