zakelijk

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

zakelijk (comparative zakelijker, superlative zakelijkst)

  1. to the point, succinct
  2. objective, impersonal
  3. businesslike

Inflection[edit]

Inflection of zakelijk
uninflected zakelijk
inflected zakelijke
comparative zakelijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial zakelijk zakelijker het zakelijkst
het zakelijkste
indefinite m./f. sing. zakelijke zakelijkere zakelijkste
n. sing. zakelijk zakelijker zakelijkste
plural zakelijke zakelijkere zakelijkste
definite zakelijke zakelijkere zakelijkste
partitive zakelijks zakelijkers