zijdelings

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

From zijde +‎ -lings.

Adverb[edit]

zijdelings

  1. sideways
  2. indirectly

Adjective[edit]

zijdelings (not comparable)

  1. sideways, collateral
  2. indirect

Inflection[edit]

Inflection of zijdelings
uninflected zijdelings
inflected zijdelingse
comparative
positive
predicative/adverbial zijdelings
indefinite m./f. sing. zijdelingse
n. sing. zijdelings
plural zijdelingse
definite zijdelingse
partitive zijdelings