aanschouwelijk

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

From aanschouwen +‎ -lijk.

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

aanschouwelijk (comparative aanschouwelijker, superlative aanschouwelijkst)

  1. graphical, pictorial

Inflection[edit]

Inflection of aanschouwelijk
uninflected aanschouwelijk
inflected aanschouwelijke
comparative aanschouwelijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial aanschouwelijk aanschouwelijker het aanschouwelijkst
het aanschouwelijkste
indefinite m./f. sing. aanschouwelijke aanschouwelijkere aanschouwelijkste
n. sing. aanschouwelijk aanschouwelijker aanschouwelijkste
plural aanschouwelijke aanschouwelijkere aanschouwelijkste
definite aanschouwelijke aanschouwelijkere aanschouwelijkste
partitive aanschouwelijks aanschouwelijkers