actief

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

actief ‎(comparative actiever, superlative actiefst)

  1. active

Declension[edit]

Inflection of actief
uninflected actief
inflected actieve
comparative actiever
positive comparative superlative
predicative/adverbial actief actiever het actiefst
het actiefste
indefinite m./f. sing. actieve actievere actiefste
n. sing. actief actiever actiefste
plural actieve actievere actiefste
definite actieve actievere actiefste
partitive actiefs actievers

Noun[edit]

actief n ‎(uncountable)

  1. (grammar) active voice

Anagrams[edit]