buitensporig

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

From buiten +‎ spoor +‎ -ig.

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

buitensporig ‎(comparative buitensporiger, superlative buitensporigst)

  1. extravagant, lavish, excessive

Declension[edit]

Inflection of buitensporig
uninflected buitensporig
inflected buitensporige
comparative buitensporiger
positive comparative superlative
predicative/adverbial buitensporig buitensporiger het buitensporigst
het buitensporigste
indefinite m./f. sing. buitensporige buitensporigere buitensporigste
n. sing. buitensporig buitensporiger buitensporigste
plural buitensporige buitensporigere buitensporigste
definite buitensporige buitensporigere buitensporigste
partitive buitensporigs buitensporigers

Synonyms[edit]