coderen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Verb[edit]

coderen ‎(past singular codeerde, past participle gecodeerd)

  1. to code, encode, encrypt

Conjugation[edit]

Inflection of coderen (weak)
infinitive coderen
past singular codeerde
past participle gecodeerd
infinitive coderen
gerund coderen n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular codeer codeerde
2nd person sing. (jij) codeert codeerde
2nd person sing. (u) codeert codeerde
2nd person sing. (gij) codeert codeerde
3rd person singular codeert codeerde
plural coderen codeerden
subjunctive sing.1 codere codeerde
subjunctive plur.1 coderen codeerden
imperative sing. codeer
imperative plur.1 codeert
participles coderend gecodeerd
1) Archaic.