desoriënteren

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

  • IPA(key): /dɛzoːriɛnˈteːrə(n)/
  • (file)

Etymology[edit]

Borrowing from French désorienter.

Verb[edit]

desoriënteren

  1. (transitive) to disorientate

Inflection[edit]

Inflection of desoriënteren (weak)
infinitive desoriënteren
past singular desoriënteerde
past participle gedesoriënteerd
infinitive desoriënteren
gerund desoriënteren n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular desoriënteer desoriënteerde
2nd person sing. (jij) desoriënteert desoriënteerde
2nd person sing. (u) desoriënteert desoriënteerde
2nd person sing. (gij) desoriënteert desoriënteerde
3rd person singular desoriënteert desoriënteerde
plural desoriënteren desoriënteerden
subjunctive sing.1 desoriëntere desoriënteerde
subjunctive plur.1 desoriënteren desoriënteerden
imperative sing. desoriënteer
imperative plur.1 desoriënteert
participles desoriënterend gedesoriënteerd
1) Archaic.

Related terms[edit]