dichtbij

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

From dicht +‎ bij.

Adjective[edit]

dichtbij ‎(comparative dichterbij, superlative dichtstbij)

  1. close, nearby

Declension[edit]

Inflection of dichtbij
uninflected dichtbij
inflected dichtbije
comparative dichterbij
positive comparative superlative
predicative/adverbial dichtbij dichterbij het dichtstbij
het dichtstbije
indefinite m./f. sing. dichtbije dichterbije dichtstbije
n. sing. dichtbij dichterbij dichtstbije
plural dichtbije dichterbije dichtstbije
definite dichtbije dichterbije dichtstbije
partitive dichtbijs dichterbijs

Antonyms[edit]