eenzaam

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

From een +‎ -zaam.

Adjective[edit]

eenzaam ‎(comparative eenzamer, superlative eenzaamst)

  1. lonely, lonesome.

Inflection[edit]

Inflection of eenzaam
uninflected eenzaam
inflected eenzame
comparative eenzamer
positive comparative superlative
predicative/adverbial eenzaam eenzamer het eenzaamst
het eenzaamste
indefinite m./f. sing. eenzame eenzamere eenzaamste
n. sing. eenzaam eenzamer eenzaamste
plural eenzame eenzamere eenzaamste
definite eenzame eenzamere eenzaamste
partitive eenzaams eenzamers

Synonyms[edit]