indelen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

in +‎ delen

Verb[edit]

indelen

  1. to classify

Inflection[edit]

Inflection of indelen (weak, separable)
infinitive indelen
past singular deelde in
past participle ingedeeld
infinitive indelen
gerund indelen n
verbal noun
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular deel in deelde in indeel indeelde
2nd person sing. (jij) deelt in deelde in indeelt indeelde
2nd person sing. (u) deelt in deelde in indeelt indeelde
2nd person sing. (gij) deelt in deelde in indeelt indeelde
3rd person singular deelt in deelde in indeelt indeelde
plural delen in deelden in indelen indeelden
subjunctive sing.1 dele in deelde in indele indeelde
subjunctive plur.1 delen in deelden in indelen indeelden
imperative sing. deel in
imperative plur.1 deelt in
participles indelend ingedeeld
1) Archaic.

Derived terms[edit]

Anagrams[edit]