kopiëren

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Verb[edit]

kopiëren ‎(past singular kopieerde, past participle gekopieerd)

  1. to copy

Conjugation[edit]

Inflection of kopiëren (weak)
infinitive kopiëren
past singular kopieerde
past participle gekopieerd
infinitive kopiëren
gerund kopiëren n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular kopieer kopieerde
2nd person sing. (jij) kopieert kopieerde
2nd person sing. (u) kopieert kopieerde
2nd person sing. (gij) kopieert kopieerde
3rd person singular kopieert kopieerde
plural kopiëren kopieerden
subjunctive sing.1 kopiëre kopieerde
subjunctive plur.1 kopiëren kopieerden
imperative sing. kopieer
imperative plur.1 kopieert
participles kopiërend gekopieerd
1) Archaic.