lijfeigen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

  • Hyphenation: lijf‧ei‧gen

Etymology[edit]

From lijf ‎(body) +‎ eigen ‎(own, self).

Adjective[edit]

lijfeigen ‎(comparative lijfeigener, superlative lijfeigenst)

  1. serfish, whose very bodily person is legally owned by a master

Inflection[edit]

Inflection of lijfeigen
uninflected lijfeigen
inflected lijfeigen
comparative lijfeigener
positive comparative superlative
predicative/adverbial lijfeigen lijfeigener het lijfeigenst
het lijfeigenste
indefinite m./f. sing. lijfeigen lijfeigener lijfeigenste
n. sing. lijfeigen lijfeigener lijfeigenste
plural lijfeigen lijfeigener lijfeigenste
definite lijfeigen lijfeigener lijfeigenste
partitive lijfeigens lijfeigeners

Synonyms[edit]

Derived terms[edit]

Related terms[edit]

Noun[edit]

lijfeigen m ‎(plural lijfeigenen, diminutive lijfeigentje n)

  1. Obsolete form of lijfeigene ‎(serf whose body is legally owned by a master).