aflijvig

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

From Middle Dutch aflivic, from af- ‎(off-) + lijf ‎(body) + -ig ‎(-y, -ish). Compare German ableibig, constructed identically.

Adjective[edit]

aflijvig ‎(comparative aflijviger, superlative aflijvigst)

  1. (only about people) dead, deceased, departed (from life)

Inflection[edit]

Inflection of aflijvig
uninflected aflijvig
inflected aflijvige
comparative aflijviger
positive comparative superlative
predicative/adverbial aflijvig aflijviger het aflijvigst
het aflijvigste
indefinite m./f. sing. aflijvige aflijvigere aflijvigste
n. sing. aflijvig aflijviger aflijvigste
plural aflijvige aflijvigere aflijvigste
definite aflijvige aflijvigere aflijvigste
partitive aflijvigs aflijvigers

Derived terms[edit]

Related terms[edit]