losstaan

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

From los +‎ staan.

Verb[edit]

losstaan

  1. (~ van) to be independent (of), to stand apart (from)

Inflection[edit]

Inflection of losstaan (strong class 6, irregular, separable)
infinitive losstaan
past singular stond los
past participle losgestaan
infinitive losstaan
gerund losstaan n
verbal noun
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular sta los stond los lossta losstond
2nd person sing. (jij) staat los stond los losstaat losstond
2nd person sing. (u) staat los stond los losstaat losstond
2nd person sing. (gij) staat los stondt los losstaat losstondt
3rd person singular staat los stond los losstaat losstond
plural staan los stonden los losstaan losstonden
subjunctive sing.1 sta los stonde los lossta losstonde
subjunctive plur.1 staan los stonden los losstaan losstonden
imperative sing. sta los
imperative plur.1 staat los
participles losstaand losgestaan
1) Archaic.